Voor wie?


Voor wie is de Nationale Assessorenbank?

De Nationale Assessorenbank is er voor twee doelgroepen. Enerzijds voor de EVC aanbieders, opleiders en examenbureau’s voor het vinden van assessoren die bevoegd en bekwaam zijn. Anderzijds is het een register voor professionals in de rol van assessor die hun diensten aanbieden of in dienst zijn bij de EVC aanbieder, opleidingsinstituut en examenbureau.  Met het register verbind je je als professional aan de gestelde kwaliteitseisen en gedragslijnen voor professioneel handelen. In de Nationale Assessorenbank wordt je geholpen je expertise aantoonbaar te maken en zodat je aan de gestelde kwaliteitseisen blijft voldoen.

Verschillende Assessor-rollen

Het woord assessor is eigenlijk een verzamelnaam voor veel verschillende rollen in het onderwijs en de persoonscertificering.
In de Assessorenbank App kun je zoeken op deze verschillende rollen. Hieronder daarom een korte uitleg bij elke rol.

Procesassessor: Een procesassessor heeft niet zozeer inhoudelijke kennis van het vakgebied dat centraal staat, maar wel van de kwaliteitseisen die aan het proces worden gesteld. De procesassessor bewaakt dat deze kwaliteit tijdens het proces wordt geborgd. Procesassessoren worden vaak ingezet bij EVC trajecten. De procesassessor kan dan de intake en de begeleiding van de kandidaat voor zijn rekening nemen. Ook kan een procesassessor aanwezig zijn bij het assessment en verantwoordelijk zijn voor het opstellen van het uiteindelijke rapport.

Inhoudsassessor: Een inhoudsassessor heeft juist wel aantoonbaar veel kennis en ervaring van het vakgebied waarbinnen getoetst wordt. De inhoudsassessor beoordeelt de competenties van de kandidaat ten opzichte van de meetlat en neemt het assessment af.

Toetsconstructeur: Een toetsconstructeur is verantwoordelijk voor het ontwikkelen van beoordelingsinstrumenten. De toetsconstructeur maakt valide en betrouwbare kennis- en vaardigheidstoetsen.

Leermeester: Een leermeester is een persoon die zijn vakkennis of expertise overdraagt aan zijn leerlingen. De leermeester beschikt doorgaans naast goede vakkennis en kunde over didactische vaardigheden, waardoor het leerproces effectief kan verlopen. In de beroepspraktijk begeleidt en beoordeelt een leermeester de leerlingen die een beroepsopleiding volgen. Daarmee is de leermeester erg belangrijk in de opleiding van een leerling.

Taalassessor: Een taaldocent beoordeelt de vaardigheden schrijven, spreken en gesprekken voeren op basis van het Referentiekader Taal en Rekenen. Een betrouwbare beoordeling van de taalvaardigheid tijdens een intake, bij het toetsen en bij examinering in het mbo vraagt om geoefende taalassessoren. Een taalassessor kan beoordelen wat de taalvaardigheid van leerlingen is, aan de hand van het Referentiekader 2F en 3F.

Praktijkassessor: Een praktijkassessor beoordeelt competentiegerichte assessments op de werkvloer. Steeds vaker moeten mbo-leerlingen voor hun diploma naast een theorie- ook een praktijkexamen afleggen. Praktijkexamens worden door een praktijkassessor afgenomen op de stageplek of in een gesimuleerde omgeving.

Praktijkbegeleider: Een praktijkbegeleider begeleidt een persoon in opleiding bij de ontwikkeling tot beroepsbeoefenaar. Naast het contact met de deelnemer heeft de praktijkbegeleider contact met de praktijkopleider van het erkende leerbedrijf en andere betrokkenen (o.a. coördinatoren, studieloopbaanbegeleiders en docenten). Tijdens het leerproces begeleidt de praktijkbegeleider de deelnemer bij het dragen van verantwoordelijkheid voor zijn leerproces en het verkrijgen van de juiste competenties.

Leercoach: Een leercoach leert studenten om zelfstandig en systematisch hun eigen leerweg te bepalen. Een leercoach helpt de leerling na te denken over hoe zij hun leren organiseren, wat de leervraag is, hoe ze het leren zo kunnen organiseren dat het aansluit op wat de leerling wenst.

Jobcoach: Een jobcoach – of werkbegeleider – zorgt ervoor dat mensen optimaal kunnen meedraaien in het arbeidsproces. Een jobcoach leert iemand niet alleen de handelingen en vaardigheden aan die hij nodig heeft om zijn werk goed uit te kunnen voeren, maar leert hem ook algemene werknemersvaardigheden, zoals gestructureerd werken en communiceren met collega’s en leidinggevenden.

Examencommissielid: Een Examencommissielid is, samen met zijn medecommissieleden, verantwoordelijk voor de borging van de kwaliteit van de examinering en het examenproces.

Brons, zilver, goud!

In de Nationale Assessorenbank zijn niet alleen veel verschillende rollen van assessor vertegenwoordigd, maar maken we ook onderscheid in het niveau van een assessor. Hoe meer een assessor werkt aan zijn eigen ontwikkeling en aantoonbaar bekwaam is in zijn vak, hoe hoger zijn status binnen de Nationale Assessorenbank wordt. Als een assessor alleen nog gecertificeerd is, maar nog geen vlieguren heeft gemaakt, heeft hij een groen label. Daarna kan de assessor doorgroeien naar een brons, zilver en tenslotte goud label.
Hoe hoger je status-label, hoe aantrekkelijker een assessor is voor EVC aanbieders, opleiders en examenbureau’s.